Claudicatio Intermittens, ook wel Etalagebenen genoemd, is perifeer arterieel vaatlijden. Hierbij voeren de slagaders in uw benen te weinig zuurstof aan voor de spieren die u gebruikt bij het lopen. Dit komt omdat deze slagaderen vernauwd zijn. Een vernauwing ontstaat door slagaderverkalking.

Waar komt de pijn in de benen vandaan?
De beenslagaders vervoeren zuurstofrijk bloed van het hart naar de benen. In de loop van de jaren kan slagaderverkalking (medische term: atherosclerose) vernauwingen of verstoppingen in de slagaders veroorzaken. Uiteindelijk kan er een flinke vernauwing ontstaan; een zogenaamde stenose. Op de plaats van de stenose kan minder bloed passeren. Door de beschadiging van het bloedvat en de trage stroomsnelheid van het bloed kunnen bij zo'n vernauwing gemakkelijk stolsels vormen. Zo'n stolsel kan een bloedvat uiteindelijk geheel afsluiten, dit heet een occlusie. Bij inspanning van de beenspieren (lopen, rennen, traplopen) neemt de vraag naar zuurstofrijk bloed toe. Heeft u vernauwingen in de slagaders? Dan komt er te weinig bloed met zuurstof bij de spieren. Er ontstaat een zuurstoftekort in de spieren. Het zuurstoftekort veroorzaakt de pijn in uw been. Met rust verdwijnt de pijn weer.

Klachten
Pijn bij lopen is de belangrijkste klacht bij een vernauwing van de beenslagaders. Na een eindje lopen krijgt u last van een krampachtige pijn in een been. Verder lopen lijkt niet meer mogelijk. Na een paar minuten rust gaat het over.
De pijn zit meestal in de kuit, maar kan ook voorkomen in de bovenbenen of de bilspieren. Dit is afhankelijk van de plaats van de vernauwing. Sommige mensen hebben alleen last na een flink eind lopen.
Heeft u ernstige vernauwingen, dan treden de problemen al na enkele tientallen meters op of zelfs al in rust. Pijn in rust treedt vooral op als de bloeddruk in uw been laag is. Dit komt 's nachts in bed voor.
In de ergste vorm krijgt u een wond die niet wil genezen. Een deel van een teen of voet kan zelfs afsterven.

Andere tekenen die wijzen op een slechte doorbloeding van de benen zijn:

  1. koude voeten
  2. verdwijnen van de onderhuidse vetlaag in de benen
  3. verdwijnen van haargroei op voeten en tenen
  4. verdikking van de teennagels (kalknagels)
  5. langzamere groei van de nagels
  6. een verminderd of verdwenen gevoel in de benen.

Wanneer de vernauwing zo ernstig is dat het getroffen bloedvat afgesloten wordt of wanneer er een tweede vernauwing ontwikkelt in dezelfde of opvolgende slagader komt ook bij rust de zuurstof- voorziening van de benen in het gedrang. Men spreekt dan van rustpijn. Vaak treedt rustpijn op bij een liggende houding, bijvoorbeeld bij bedrust. Wanneer deze pijn ´s nachts optreedt, spreekt men van nachtpijn. Deze pijn ontstaat omdat tijdens het slapen de bloeddruk daalt. Hierdoor wordt nog minder bloed door het vernauwde bloedvat gepompt waardoor er pijn zal optreden. De pijn zal vooral optreden op de plaatsen die het eerst getroffen zijn door het tekort aan bloed en zuurstof. Dit zijn de tenen en de (voor)voeten.
Wanneer men last heeft van rustpijn en/of nachtpijn, betekent dit dat het getroffen been een ernstig bloed- en dus zuurstoftekort heeft. Het been kan er bleker uitzien en kouder aanvoelen dan het goede been. Er treedt verminderde haargroei en/of vertraagde groei van de teennagels op. Men zal ook merken dat wondjes minder goed zullen genezen. Rust- en/of nachtpijn zal optreden bij een klein aantal patiënten met etalagebenen.

Diagnostiek
De huisarts of vaatspecialist zal bij lichamelijk onderzoek een vergelijking maken tussen het zieke en het gezonde been. Hierbij wordt onder meer gekeken naar kleurverandering en kleurverschil, beharing, nagels en temperatuurverschillen. Ook zal hij/zij aan de voet controleren of de slagader voelbaar klopt (pulsaties). Als de arts geen pulsaties voelt in de voet, dan zal hij/zij met een eenvoudig onderzoek, namelijk het meten van de enkel/arm-index, de vermoedelijke diagnose bevestigen.
Bij een enkel-arm index onderzoek worden de (slag)aders in uw benen onderzocht. Met behulp van geluidsgolven wordt geluisterd naar de bloeddoorstroming. Vervolgens meet de laborant de bloeddruk in beide benen. Afhankelijk van uw conditie doet u ook een looptest op een lopende band. Tijdens deze test geeft u aan wanneer en waar u pijn krijgt bij het lopen.

Behandeling
Looptraining heeft het beste resultaat als u onder begeleiding van een gespecialiseerde fysiotherapeut aan de slag gaat. Om de pijnklachten te vermijden, gaan veel mensen op een inefficiënte manier lopen. Dit kost veel extra energie en zuurstof. Bovendien kan een verkeerd looppatroon blessures veroorzaken, waardoor langdurig niet kan worden gelopen. Looptraining onder begeleiding van een fysiotherapeut verbetert de looptechniek. Een betere looptechniek zorgt voor een afname van het zuurstofverbruik en draagt daarmee weer bij aan het verminderen van de pijnklachten.
De fysiotherapeut bespreekt uw klachten en met name uw (beperkte) bewegingsmogelijkheden. Ter ondersteuning wordt een aantal vragenlijsten afgenomen. Voor het vaststellen van uw maximale loopafstand en conditie doet u een test op de loopband. Dit onderzoek wordt gedurende de trainingsperiode regelmatig herhaald om het effect van de looptraining te bepalen. Op basis van de resultaten van de looptest en uw klachtenpatroon stelt de therapeut samen met u een persoonlijk trainingsschema op. De eerste weken wordt u intensief begeleid, zo'n 2 tot 3 keer per week. Het trainingsschema bestaat niet alleen uit lopen, maar ook uit fietsen, spierversterkende oefeningen en indien nodig aanpassing van het looppatroon. Daarna wordt de begeleiding langzaam afgebouwd en gaat u zelfstandig trainen. Dit zelfstandig trainen gaat volgens een vooraf opgezet trainingsschema. Voor het behoud van het behaalde resultaat is het uitermate belangrijk om dit trainingsschema dagelijks te onderhouden en een gezonde leefstijl te ontwikkelen.

Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat looptraining in de meeste gevallen leidt tot betere resultaten op langere termijn dan dotteren.
De eerste keus voor de behandeling van etalagebenen is dan ook looptherapie onder begeleiding van een gespecialiseerd fysiotherapeut en het aanpassen van uw leefstijl.
In principe zult u pas een chirurgische ingreep krijgen wanneer looptherapie niet tot voldoende resultaat heeft geleid, of bij een acute verstopping van een slagader. De keuze van de ingreep zal vooral bepaald worden door de ernst van de vernauwing. Soms heeft de plaats van de vernauwing invloed op de keuze van behandeling.

voor meer info: www.etalagebenen.nl